Op zaterdag 11 juli zullen de mannen van Ja Dat Zal nog een keer op het podium verschijnen van het Bouwvakfeest Oud-Lutten. In de jaren negentig en het begin van de zero's waren de mannen graag geziene muzikanten op het Bouwvakfeest. Als tieners stonden met hun instrumenten vaak in he voorprogramma van de hoofdact, en jaren later zelfs als hoofdact.
We zijn dan ook blij dat ze nog een keer samen spelen tijdens ons jubileum. De mannen zullen direct na de opening van de burgemeester om 15.00 uur beginnen. Wees er dus op tijd bij als je Dennis Pilage (ex- Kisjeskearls), Timo Kelder (drummer van Normaal), Jeroen Kelder en Jurgen Fehrmann nog een keer in actie wilt zien. wilt zien spelen. Een trip down memory lane in de tent in Oud-Lutten.
Ja Dat Zal: boerenrock met een Overijssels hart
In de wereld van de Nederlandse dialectmuziek neemt de Overijsselse rockband Ja Dat Zal een bijzondere plek in. De groep uit de regio Slagharen en Bergentheim wist vanaf eind jaren negentig een trouwe schare fans op te bouwen met stevige gitaren, humoristische teksten en onvervalste boerenrock in streektaal. Hoewel de band nooit uitgroeide tot een nationale hitmachine zoals Normaal of Rowwen Hèze, werd Ja Dat Zal in het oosten van Nederland een geliefde naam binnen het dialectrockcircuit.
Ontstaan van de band
Ja Dat Zal ontstond in 1997 als voortzetting van een schoolband. De muzikanten kwamen voornamelijk uit Slagharen en Bergentheim en deelden een liefde voor rockmuziek, feestcultuur en dialect. Vanaf het begin koos de band bewust voor muziek in streektaal, iets wat perfect aansloot bij de boerenrocktraditie die in Oost-Nederland al jarenlang populair was.
De bezetting bestond onder meer uit Dennis Pilage, Timo Kelder, Jeroen Kelder en Jurgen Fehrmann. Samen brachten zij een mix van rock-’n-roll, feestmuziek en dialectteksten die zorgde voor een energieke liveshow. Later werden Jeroen en Timo vervangen voor Gerwin Beuving en Dennis de Jeu.

Invloeden uit de boerenrock
De muziek van Ja Dat Zal was sterk beïnvloed door bekende dialectbands zoals Normaal, Jovink & De Voederbietels en Mooi Wark. Daarnaast haalde de groep inspiratie uit klassieke rockbands als Status Quo, ZZ Top, AC/DC en Creedence Clearwater Revival. Die combinatie van stevige riffs, meezingbare refreinen en humoristische teksten zorgde ervoor dat optredens vaak veranderden in uitbundige feestavonden.
Naast covers speelde de band ook eigen nummers. Liedjes als “Virus”, “De Politiek” en “Beste Bob” werden lokaal goed ontvangen en draaiden regelmatig op regionale radiozenders. Hun muziek draaide niet alleen om humor en gezelligheid, maar ook om herkenbare onderwerpen uit het dagelijkse leven op het platteland.
Rock en lol
Ja Dat Zal omschreef zichzelf regelmatig als een “rock- en lolband”. Dat imago paste perfect bij de sfeer rond hun optredens. In feesttenten, cafés en festivals stond de band bekend om energieke shows waarbij bier, humor en meezingen centraal stonden.
De groep trad op tijdens diverse boerenrockfestivals en evenementen in Overijssel, Drenthe en andere delen van Nederland. Vooral in het oosten van het land wist de band een trouwe aanhang op te bouwen.
Opvallend was ook hun karakteristieke rock-’n-rollbus, waarmee de band van optreden naar optreden reisde, een oude brandweerwagen. Dat versterkte het imago van een rondtrekkende feestband die vooral plezier wilde maken.
Albums en releases
Door de jaren heen bracht Ja Dat Zal meerdere demo’s, singles en albums uit. In 2003 verscheen het album Ja Dat Zal, gevolgd door Da’s makkelijk zat in 2011. Daarnaast verschenen diverse singles, waaronder:
- Virus / Malle Wille (1999)
- De Politiek (2005)
- Beste Bob / Ik wil alleen maar rock en roll (2008)
- Boerenrock / Spring (2010)
De muziek werd grotendeels in eigen beheer uitgebracht, wat typerend was voor veel dialectbands uit die periode.
Afscheid en nalatenschap
In december 2011 gaf Ja Dat Zal een afscheidsconcert in Slagharen. Daarmee kwam een einde aan een periode van ruim veertien jaar boerenrock en dialectmuziek. Toch verdween de muzikale invloed van de band niet volledig. Enkele leden gingen later verder in andere projecten, waaronder de band Kisjeskearls.
Hoewel Ja Dat Zal nooit landelijke hitlijsten domineerde, bleef de groep belangrijk binnen de regionale muziekcultuur van Oost-Nederland. De band vertegenwoordigde een generatie dialectmuzikanten die liet zien dat rockmuziek in streektaal niet alleen authentiek, maar ook enorm feestelijk kon zijn.
Een stukje streekcultuur
Dialectrock is meer dan alleen muziek. Voor veel fans staat het genre symbool voor saamhorigheid, humor en trots op de eigen streek. Ja Dat Zal wist dat gevoel jarenlang perfect te vertalen naar het podium.
Met hun mix van harde gitaren, plattelandsmentaliteit en onvervalste gezelligheid blijft Ja Dat Zal een naam die bij veel liefhebbers van boerenrock warme herinneringen oproept.


